Efteling hoofdrolspelers Assepoester

‘Poppy’ Assepoester

Efteling hoofdrolspelers Assepoester

De versie van de musical Assepoester wordt volgens producent Albert Verlinde een ‘poppy’ versie.

De uitvoering in het Efteling Theater is vergelijkbaar met de Amerikaanse vertolking die in 1997 op televisie verscheen en waarin Whitney Houston de toverfee speelde.

Weelderig karakter

De theaterproducent onthulde ook dat de musical een weelderig karakter krijgt. “Het wordt een voorstelling met prachtige baljurken, overdadige walsen, imposante kroonluchters en dat alles in een decor dat zijn weerga niet kent. Zoiets zie je tegenwoordig niet meer op het toneel, maar wij gaan het sprookje terugbrengen in het Efteling-theater”, aldus Verlinde.

{googleads right}Rodgers en Hammerstein

De teksten voor de musical Assepoester werden eind jaren vijftig geschreven door Richard Rodgers en de liedjes zijn van de hand van Oscar Hammerstein II. Het duo werd later onsterfelijk met de filmklassieker The Sound of Music. Die eerste musicalvertolking kwam op 31 maart 1957 op televisie en werd bekeken door niet minder dan 107 miljoen Amerikanen. Julie Andrews, die later Maria speelde in The Sound of Music, vertolkte de hoofdrol.

Uit 1958

Cinderella stapte voor het eerst op het toneel op 18 december 1958, in Londen. Drie jaar later volgde een theaterversie in de Verenigde Staten. Vanaf 14 november staat de musical – in een Nederlandse vertaling van Ivo de Wijs – in het Efteling Theater, met zangeres Do als Assepoester. Do verklaarde zich zeer vereerd te voelen met haar rol. “Ik heb zo goed als geen ervaring als musicalactrice. Daarom was het een moeilijke beslissing. Maar het is toch de droom van elk meisje om in zulke mooie kleren en in zo’n prachtig decor te spelen. Dus heb ik gretig ingestemd met het verzoek van Albert Verlinde om Assepoester te spelen.” Do wordt vergezeld van belofte Jaap Strijker, die de prins speelt (foto). Loeki Knol is in de Efteling de goede fee en de Vlaming Koen Crucke neemt de rol van koning op zich.


2007 (c) Foto Parkplanet