DE GESCHIEDENIS VAN DE EFTELING

De Efteling bestaat al heel lang. Je papa of mama gingen vroeger al naar de Efteling, op schoolreisje of met de familie. Ook je opa of oma kwamen toen ze klein waren waarschijnlijk al in het park, want de Efteling is er al sinds 1951.

Op 11 mei 1951 ging het park voor het eerst open. Er waren toen alleen nog maar een speeltuin en een wandelbos. Een jaar later, in 1952, kwam er het Sprookjesbos bij. Daar stonden toen nog maar tien sprookjes. Weet je hoeveel sprookjes de Efteling nu heeft? Dertig! Bij de eerste tien sprookjes waren Roodkapje, Sneeuwwitje, De Kikkerkoning, Langnek en Kleine Boodschap. Bezoekers konden door het kasteel van Doornroosje wandelen en in de Put van Vrouw Holle kijken.

Het kasteeltje van Doornroosje in de Efteling (1952)

Geen internet en videogames

Kinderen vonden het Sprookjesbos geweldig! Bewegende figuren, muziek en mooie gebouwtjes, dat hadden ze nog nooit gezien. In die tijd waren er nog geen internet, videogames en kleurentelevisie. Sneeuwwitje die in haar glazen kist lag, een reus met een nek die boven de bomen uitstak, een wit kasteeltje bovenop een heuvel, de bezoekers van de Efteling keken hun ogen uit. De bekende tekenaar Anton Pieck had bedacht hoe de sprookjes er uit moesten zien.

Holle Bolle Gijs in de Efteling (1959)

Papier Hierrr

In de jaren daarna tekende hij nog verschillende nieuwe sprookjes voor het bos, zoals Hans en Grietje en De Rode Schoentjes. Er kwamen ook Holle Bolle Gijzen in de Efteling wonen. Die aten het afval en het papier van de bezoekers op. Ze zeiden ook nog netjes ‘Dank je wel!’. Er kwamen steeds meer mensen naar de bijzondere bewoners kijken en het park groeide maar door. Er kwam een openluchtzwembad en een roei- en kanovijver bij. In 1954 konden de kinderen een rondje maken in de traptreintjes en in 1956 in de prachtige stoomcarrousel.

De Indische Waterlelies in de Efteling (1966)

De Indische Waterlelies

In 1966 gebeurde er iets heel wonderlijks in de Efteling. Er kwam een nieuw sprookje: De Indische Waterlelies. Het was niet zomaar een sprookje, nee, het was geschreven door een echte koningin! Koningin Fabiola van België had het verhaal bedacht. De Efteling had er een echt Koninklijk sprookje van gemaakt. In een grote, donkere grot zong een enge heks heel hoog en hard haar lied. Daardoor gingen de waterlelies openden en daarin dansten lieve, kleine elfjes. De heks hield de schattige elfjes gevangen in de waterlelies. Maar als de maan scheen, mochten ze dansen. Met open mond keken de kinderen en ook hun papa’s en mama’s toe. Iedereen wilde dit prachtige sprookje zien. Ook koningin Fabiola zelf kwam kijken. Een jaar later, in 1967, want ze heeft natuurlijk een heel volle agenda. Ze nam de drie kinderen van haar zus mee: Astrid, Laurent en Filip, die nu koning van België is. En ook zij vonden De Indische Waterlelies geweldig.

(Nog niet af)